Welkom, wij helpen u graag verder:

Ondersteuningsplanraad (OPR)

Ondersteuningsplanraad

De Ondersteuningsplanraad (OPR) bestaat uit dertien stemgerechtigden die verdeeld zijn in twee groepen: zeven (pleeg)ouders van leerlingen die onderwijs volgen bij de deelnemende scholen en zes personen van het onderwijzend personeel uit deze regio. Zij vormen samen de OPR. Deze raad heeft medezeggenschap en geeft advies over het ondersteuningsplan aan het algemeen bestuur. Deze bijzondere vorm van medezeggenschap bevindt zich op het niveau van het samenwerkingsverband; de OPR-leden vertegenwoordigen het samenwerkingsverband en niet de school vanwaar zij zijn toegetreden. De OPR bestaat uit een gemengde groep enthousiaste mensen die vanuit zeer verschillende invalshoeken kritisch kijken naar hetgeen in het ondersteuningsplan staat geschreven.
Het is toegestaan om als toehoorder vergaderingen bij te wonen; toehoorders hebben echter geen stemrecht. De OPR heeft niet alleen adviesrecht maar ook instemmingsrecht voor het ondersteuningsplan.
De OPR heeft het samenwerkingsverband verzocht om ondersteuning van het secretariaat OPR; het dagelijks bestuur is akkoord gegaan met benoeming van een ambtelijk secretaris vanuit het secretariaat SWV VO 23.05.
Wilt u contact met de OPR, mail dan naar Claudia van der Vegt, ambtelijk secretaris van de OPR, via: secretariaat@swvvoijsselvecht.nl

 

Samenstelling OPR 2019-2020

Anja Pastoor (namens st. Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio), voorzitter
Clemens Rekveldt (namens st. Ichthus College), penningmeester
Natasja Smit (namens Almere College)
Gerald Batterink (namens Zone.college, vh. AOC de Groene Welle)
Richard Jansen of Lorkeers (namens Carmel College)
Winy Buitenhuis (namens Greijdanus College)
Wilgertine v.d. Stege (namens Noordgouw College)
Rita Brink (namens st. Landstede)
Marina Postuma (namens VSO de Spanker)
Henk van Alphen (namens VSO Hofplein)
Jacqueline Dijkstra (namens VSO de Ambelt)
vacant: VSO Sprengen College en st. Agnieten-de Boog

 

Wat is een ondersteuningsplan?

De schoolbesturen van het samenwerkingsverband maken afspraken over het realiseren van passend onderwijs voor elke leerling in deze regio. Dit wordt beschreven in het centrale ondersteuningsplan. Allerlei afspraken en onderwerpen komen aan de orde op financieel vlak, organisatie, aanmelding en toewijzing en de rol van gemeenten en jeugdzorg. Tevens is de minimale basiszorg opgenomen waar schoolbesturen aan moeten voldoen. Deze minimale basiszorg, ook wel nulmeting genoemd, wordt vertaald naar het schoolondersteuningsprofiel van de desbetreffende scholen.

Het centrale plan dient dan voorgelegd te worden aan twee onafhankelijke partijen: de ondersteuningsplanraad (OPR) en aan gemeenten in de regio. Het overleg met gemeenten wordt het OOGO genoemd: Op Ondersteuning Gericht Overleg.De OPR heeft zowel advies- als instemmingsrecht, het OOGO heeft alleen adviesrecht.

Tenminste eenmaal per vier jaar dient het ondersteuningsplan aangepast te worden, het wordt ook wel een groeidocument genoemd. Het eerste, tweede en derde ondersteuningsplan (2014-2015-2016) is telkens vastgesteld voor één jaar. Zo was er voldoende gelegenheid om de actuele ontwikkelingen op te nemen in de vierde versie: looptijd: 1 januari  2017 tot 1 januari 2020 (deze versie is verlengd tot 31 juli 2020.

Deze bestanden zijn te vinden onder ‘documenten’ of klik hier.

 

Statuten, huishoudelijk reglement en reglement

Wil je meer weten over….

  • De medezeggenschapsstatuut van de OPR? Klik dan hier.
  • Het reglement? Klik dan hier.
  • Het huishoudelijk reglement? Klik dan hier.
  • Jaarverslag OPR 2017-2018? Klik dan hier.
  • Jaarverslag OPR 2019 (wordt eind juni geüpload)

 

Medezeggenschap OPR?

Al jaren is er onduidelijkheid over de medezeggenschap op het niveau van een samenwerkingsverband. Ieder voormalig samenwerkingsverband moest jaarlijks een zorgplan vaststellen. De Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS), artikel 10 onder b., hield in dat de (G)MR moest instemmen met dat zorgplan.
Nu zou het kunnen gebeuren dat bijvoorbeeld van de vier MR’en er twee MR’en instemmen en daarnaast twee MR’en niet instemmen. Wat moet het bestuur van het samenwerkingsverband nu doen? Mede om die reden streven ouder- en vakorganisaties al jaren naar een vorm van medezeggenschap op het niveau van een samenwerkingsverband.
Aan deze wens is gehoor gegeven:
De wetgever heeft in de wetgeving inzake passend onderwijs een wijziging opgenomen in de WMS. Het betreft de nieuwe artikelen 4a en 14a. In deze artikelen wordt beschreven dat elk SWV een ondersteuningsplanraad moet hebben. Deze raad bestaat uit leden die door de (G) MR’en zijn afgevaardigd. Dit houdt in dat het dus ook ouders of medewerkers kunnen zijn die niet in de (G)MR zitting hebben. Eén en ander is nader geregeld in het reglement van de ondersteuningsplanraad.
Elk SWV moet minimaal eenmaal per vier jaar een ondersteuningsplan vaststellen. De ondersteuningsplanraad heeft instemmingsrecht op dit plan.